Corné de Jongh

Leerlingen voor Leerlingenproject

Corné de Jongh geeft Duits aan het Alfrink College in Zoetermeer. Toen op zijn school de eerste stappen richting digitalisering werden gezet, was hij net gestart met een Leerlingen voor Leerlingenproject. Daarbij helpen bovenbouwleerlingen de onderbouw met het begrijpen van lesstof. Corné zag mogelijkheden, en daardoor loopt op zijn school nu al een jaar de digitale leerweg, waarbij het Leerlingen voor Leerlingenproject een grote rol speelt.

Hoe het begon

Een gelukkige samenloop van omstandigheden, zo zou je de richting die Corné de Jongh op ging met zijn projecten kunnen noemen. “Drie jaar geleden werd alle vakken in de onderbouw gevraagd te gaan digitaliseren. Zo ook mijn vak: Duits. Maar juist in die tijd was ik door de schoolleiding gevraagd om projectleider te worden van het Leerlingen voor Leerlingenproject op onze school. Door dat project kreeg ik het idee om de digitale leerweg te gaan realiseren. Al een jaar loopt die leerweg nu met succes in het tweede leerjaar van de brugklas.” Twee projecten werden één. De digitale leerweg zet – zoals de naam al zegt – in op het gebruik van digitale middelen in de les. Samen werd dat een digitaal Leerlingen voor Leerlingenproject, waarbij bovenbouwleerlingen Duits en biologie onder meer filmpjes maakten voor de onderbouw. “In hun eigen taal leggen ze grammatica uit, geven ze handige leertips en verklaren ze allerlei biologische werkingen. Zo rijgen de leerlingen in de onderbouw op twee manieren uitleg: van leraren en van leerlingen.”

Welke stappen heb je genomen?

De twee werkwijzen versterken elkaar, vindt Corné. En ze versterkten ook zijn eigen  motivatie om verder te digitaliseren: “Het Leerlingen voor Leerlingenproject heeft mij er ook toe aangezet de digitale leerweg uit te breiden, door het omzetten van een papieren werkboek naar een digitaal medium. Daarin vinden de leerlingen filmpjes met uitleg, Flipchartoefeningen, Hot Potatoes-oefeningen, luisteroefeningen, invuloefeningen, verwijzingen naar nuttige websites, films, boeken, muziek en handige leertips.” Om dat voor elkaar te krijgen, verdiepte Corné zich met twee collega’s in het hele proces van digitalisering. “We startten met het omzetten van een werkboek naar een versie in Word. Daarna werden alle oefeningen nauwkeurig gescreend, op fouten nagekeken, soms verwijderd of aangepast. Waar de lijnen in het werkboek stonden, kwamen invulvakken. Vervolgens bekeken we waar we middels hyperlinks de films van de bovenbouwleerlingen en de oefeningen in de digitale content konden plaatsen.” In de tussentijd gingen de bovenbouwleerlingen onverstoord door met het maken van instructievideo’s voor de lagere klassen. Deze filmpjes konden door Corné en zijn collega’s direct in de digitale content geplaatst worden. Voor het maken van de oefeningen gebruikten ze ActiveInspire en Java Hot Potatoes 6. Voor het opnemen van de video’s kwam het programma Screencast-O-Matic van pas.

Wat vinden de leerlingen daarvan?

“De bovenbouwleerlingen vonden het erg leuk om de films te maken en leerden tijdens de voorbereiding ook zelf weer bij. Het was voor hen een win-winsituatie. De onderbouwleerlingen vonden de digitale leerweg erg leuk, handig en leerzaam – vooral de filmpjes en Flipchartoefeningen. Ook de mogelijkheid van flipping the classroom vonden veel leerlingen handig. Ik hoorde van leerlingen dat ze het fijn vinden dat ze nu ook snel vooruit kunnen werken als het lukt, en daardoor meer tijd overhouden voor vakken die minder soepel gaan.”

Wat werkte goed, wat werkte minder goed?

Het ontwikkelen van een digitale leerweg is geen eenvoudig karwei. “Het duurde lang voordat we de juiste apparatuur hadden en daarna ook nog een behoorlijke tijd voordat we goede films met de leerlingen hadden gemaakt,” zegt Corné. “Je hebt leerlingen nodig die goede scripts kunnen schrijven, je hebt acteurs nodig met goede, heldere stemmen, je hebt leerlingen nodig die kunnen editen en leerlingen die om kunnen gaan met de camera, geluid en licht.” Vooral in de beginfase van het project kostte deze zoektocht veel tijd en energie, net als het digitaliseren van het werkboek. Maar Corné is tevreden. “Nu, na de digitale content een jaar gebruikt te hebben in de tweede klas, kunnen we zeggen dat alles goed gewerkt heeft en dat het meer dan de moeite waard is geweest.”

Tips voor andere leraren

Deze succeservaring zorgt ervoor dat Corné de toekomst van digitaal leermateriaal zeer rooskleurig inziet. “We staan pas aan het begin van het digitale tijdperk in het onderwijs. Er komt nog zoveel moois op ons af. De regering moet leraren blijven stimuleren middels projecten als het Leerlingen voor Leerlingenproject. Daaruit ontstaan de mooiste dingen.” Leraren die ook willen digitaliseren, raadt hij aan om hulp te vragen aan collega’s die al langer bezig zijn met digitaal materiaal. “Probeer jezelf, en anderen, te verbeteren. Overtuig jezelf en anderen ervan hoe mooi de digitale wereld is. Want die wereld is er en gaat nooit meer weg. Profiteer daarvan!”