Erwin Meyers

Freewisk

Erwin Meyers is leraar wiskunde aan de WICO Campus TIO in Overpelt. Dat zijn eigenlijk vier verschillende scholen voor zowel voortgezet als volwassenenonderwijs. Voor zijn leerlingen maakte Erwin een website vol met oefeningen en uitlegvideo’s  die van pas kunnen komen bij zijn wiskundelessen. Het doel: korte screencasts en online wiskundeoefeningen die voor iedereen gratis te gebruiken zijn.

Hoe het begon

Het idee voor Freewiski.be, de site met digitale uitleg en oefeningen die Erwin Meyers ontwikkeld heeft, ontstond toen hij ontdekte dat veel leerlingen thuis geen hulp krijgen bij hun huiswerk. “Ik merkte dat leerlingen thuis vaak op een eiland leven. Ze kunnen bij het leren van hun lessen of het maken van hun huiswerk aan niemand hulp vragen.” Door het aanbieden van korte video’s met uitleg kunnen leerlingen thuis, zo vaak als ze willen, de leerstof ‘opfrissen’. “Ze kunnen de video stoppen, doorspoelen, nog eens terugkijken. Allemaal in hun eigen tempo.” Maar: alleen de uitleg van theorie is nog geen garantie op succes. Daarom zocht Erwin verder naar een manier om ook oefeningen online te kunnen aanbieden. “Samen met Martijn Slob, ontwikkelaar van AlgebraKiT, heb ik oefeningen op de site geplaatst. Zijn oefeningen heb ik aangepast aan het Belgische onderwijs. Ook ben ik zelf begonnen met het programmeren van nieuwe oefeningen.” Het afgelopen jaar heeft Erwin bijna 140.000 bezoekers gehad op zijn Freewiski. Na zijn leerlingen een jaar op deze manier geholpen te hebben, breidde hij zijn project uit met een tweede doelstelling: flipping the classroom. “Ik laat de leerlingen nu ook thuis de uitleg bekijken. Direct na de uitleg volgt een online test, zodat ik kan inschatten wie de les begrepen heeft en ik inzicht heb in de beginsituatie van de volgende les. In die les blijft daardoor meer tijd over voor het oefenen van de leerstof. Bovendien sta ik minder voor de klas en meer tussen de leerlingen. Ik kan gerichter feedback geven en heb meer tijd om te differentiëren.” Ook laat Erwin zijn leerlingen nu vragen stellen via het Twitteraccount van de klas. “Ook na de les- of schooluren kan dat. Zo leven de leerlingen na school niet meer op een eiland.”

Welke stappen heb je genomen?

Om zover te komen, heeft Erwin zijn eigen tijd na school gebruikt. “Er is ontzettend veel te vinden op het net. Bijvoorbeeld over het maken van screencasts en het starten van een website. Echter, het maken van digitale oefeningen blijft lastig. Er zijn weinig handleidingen beschikbaar. Ik kwam in contact met Martijn Slob, die veel ervaring heeft hiermee. Hij heeft mij geholpen met de eerste stappen in programmeren van wiskundeoefeningen. Dat kost wel tijd, maar als het lukt is de voldoening des te groter.”

Wat vinden de leerlingen daarvan?

“De leerlingen reageerden eerst gemengd op mijn initiatief, maar nadat ze de verandering in de klas en in de les zelf ervaren hadden, waren de meesten positief. Eind vorig jaar heb ik een anonieme enquête afgenomen onder de leerlingen, en niemand was negatief. Ze zijn tevreden met de verhoogde aandacht en de betere leerlingen zijn blij dat ze meer uitdaging krijgen.”

Wat werkte goed, wat werkte minder goed?

Ook de werkwijze van Erwin kent ups en downs. “De geluidsopnames bij de screencasts waren vaak ondermaats. Dat heb ik inmiddels verbeterd door eerst de tekst te schrijven en daarna de uitleg te geven. De beeldkwaliteit is meestal goed, maar kan beter. De school heeft bijgedragen aan de aanschaf van een nieuwe computer, waardoor ik de beeldkwaliteit van de filmpjes heb kunnen verbeteren.” Het invoeren van digitaal materiaal in de lessen ging verbazingwekkend goed. “Leerlingen staan open voor nieuwe initiatieven en hebben de aanpassingen goed verwerkt. Ik ben nu meer coach dan leraar.” Maar het moeilijkste was soms om de tegenslagen te overwinnen. “Als je digitaal wil ontwerpen, moet je voldoende wilskracht hebben. Veel van de stappen die ik ondernomen heb, waren ook voor mij helemaal nieuw. Het blijft een uitdagend leerproces. Door telkens kleine stapjes te zetten, krijg je toch een mooi eindresultaat.” Ook stuitte hij op onbegrip van collega’s. “Collega’s begrepen niet altijd waar ik mee bezig was. Ze dachten dat ik de filmpjes in de klas liet zien en vonden dat ik, als leraar, zelf de stof in de les moest uitleggen. De leerlingen kijken de filmpjes echter alleen thuis. De uitdaging zit ‘m in het zo goed mogelijk benutten van de tijd die in de klas is vrijgekomen.”

Tips voor andere leraren

Dat digitaal leermateriaal zinvol kan zijn, thuis én in de klas, staat voor Erwin als een paal boven water. Toch waarschuwt hij: “Het digitale materiaal mag nooit het doel op zich zijn. De leraar blijft de beste ‘app’; hij moet zich laten bijstaan door digitale middelen, niet laten vervangen. Ik zie dat veel leraren bang zijn om met digitale materialen te beginnen. Mijn tip is: begin met een klein project dat je zeker tot een goed einde kan brengen. Ga dan elk jaar een beetje verder. Wees niet bang voor vernieuwing en laat je niet te snel ontmoedigen.”