Rob Vervoort

Twinterview

Hoewel hij nog maar een jaar geleden afstudeerde aan de pabo lijken ‘onderwijs’ en ‘Rob Vervoort’ niet meer los van elkaar gezien te kunnen worden. Al tijdens zijn studie zette hij zich op allerlei manieren in om het onderwijs te vernieuwen. Een van die manieren was zijn werkvorm Twinterview: een interview via Twitter. Zijn enthousiaste manier van lesgeven in combinatie met zijn verdiensten op digitaal vlak leverden hem het Kloppend Onderwijshart van de Fontys pabo in Veghel op. Dat hart blijft kloppen, momenteel in Ouagadougou – daar geeft Rob nu les aan de Nederlandse Taal- en Cultuurschool De Tulp.

Hoe het begon

Een interview is een goede manier om kinderen te laten oefenen met taal, maar de interviewopdracht die in de taalmethode stond, vond Rob Vervoort maar suf. “Ik wilde de opdracht meer inhoud en diepgang geven. Het moest meer betekenis krijgen voor de leerlingen,” zegt Rob. “Zodoende dacht ik al snel aan Twitter. Twitter is een middel om de wereld heel reëel en puur je klas in te halen. Via Twitter kan je bijna iedereen op een heel toegankelijke manier benaderen.” Zo ontstond het Twinterview: een interview via Twitter. Met mensen die verstand hebben van een bepaald thema, mensen die iets bijzonders gedaan hebben of met BN’ers: bekende Nederlanders.

Welke stappen heb je genomen?

De eerste uitdaging was om uit te vinden welke twitteraar geschikt zou zijn voor een Twinterview. “Ik kwam uiteindelijk terecht bij Michiel Veenstra, radio-dj van 3FM. Hij reageerde direct positief toen ik hem een berichtje stuurde,” aldus Rob. Daarna ging het snel. De volgende ochtend hadden ze een Twitterafspraak. “En ik zat klaar met een klas vol gemotiveerde kinderen die in tien minuten veertig steengoede vragen bedachten. Veel inhoudelijkere vragen dan ik met de reguliere taalopdracht voor elkaar had kunnen krijgen.” Veel stappen waren er dus niet nodig om deze werkvorm te laten slagen. “We hadden al een Twitteraccount met de klas, waar we regelmatig gebruik van maakten. Verder gebruikten we het digibord om het Twinterview te volgen. Leerlingen konden ook hun tablet gebruiken om te kijken wat er allemaal voorbijkwam.”

Wat vinden de leerlingen daarvan?

“De leerlingen vonden het fantastisch. Het mooie was ook dat mensen van buitenaf mee konden kijken, omdat het allemaal online plaatsvond. We kozen ervoor om een hashtag te gebruiken: #michiel3FM. Zo konden de leerlingen thuis laten zien wat we in de klas hadden gedaan.”

Wat werkte goed, wat werkte minder goed?

Het klinkt als een gouden formule, het Twinterview. “Vooral het maken van de vragen werkte heel goed. Ik had de leerlingen de opdracht gegeven dat ze goede vragen moesten bedenken, waarvan ik het antwoord niet op internet zou kunnen vinden. Doordat veel kinderen Michiel Veenstra kenden van het Glazen Huis waren ze ontzettend gemotiveerd. Binnen een mum van tijd had ik veertig goede vragen om uit te kiezen.” Een nadeel van het Twinterview is dat er maar één vraag tegelijk gesteld kon worden. “Omdat we niet allemaal tegelijk de vragen konden intypen, zat het grootste gedeelte van de klas te wachten tot de antwoorden binnen waren. Dat zou je kunnen voorkomen door de kinderen zelf iemand te laten benaderen voor een Twinterview en de klas in kleine groepjes te laten werken.”

Tips voor andere leraren

Om dit soort nieuwe werkvormen te kunnen uitvoeren, moet je de kinderen los durven laten en vertrouwen in ze hebben, denkt Rob. “Omdat ik ervan overtuigd was dat dit een heel goede oefening was, kostte dat me gelukkig weinig moeite.” Momenteel geeft Rob les op een Nederlandse Taal- en Cultuurschool in West-Afrika. “Internet en digitaal leermateriaal geven me hier heel veel handvatten, onder meer omdat je gemakkelijk met Nederland kan communiceren. Hoewel de mogelijkheden hier wat betreft techniek nog wat beperkter zijn dan in Nederland, ben ik ervan overtuigd dat er, zowel hier als in Nederland, nog heel veel uit digitaal leermateriaal te halen valt. Ik heb het gevoel dat leraren soms niet goed over durven te stappen naar digitaal leren, omdat ze zelf niet goed weten hoe het werkt en niet van de kinderen durven te leren. Lef, samenwerken en het verbeteren van je eigen vaardigheden zijn daarom erg belangrijk.”