Saskia Veldhuis

educatieve digitalisering

Saskia Veldhuis is leraar geschiedenis op het Titus Brandsma lyceum in Oss  en projectmanager Educatieve Digitalisering op scholengroep Het Hooghuis. Daarnaast is ze eigenaresse van Echt Lef (huiswerkbegeleiding) in Mariaheide. Ze begeleidde haar school in een jaar tijd van een school met weinig technologie naar een pilot op basis van BYOD: bring your own device.

Hoe het begon

In een jaar tijd van een school met weinig technologie naar een serieuze BYOD-pilot. In schooljaar 2014-2015 begint de pilot, eerst in één klas. Nieuwe projecten staan inmiddels al in de startblokken. “Op mijn school is er in de afgelopen jaren een achterstand ontstaan in (educatieve) digitalisering. Vanuit mijn hart, mijn enthousiasme en natuurlijk het belang ben ik twee jaar geleden begonnen met het ontwikkelen van nieuw leermateriaal, waardoor technologie een prominentere plek kreeg in mijn geschiedenisonderwijs.” De reacties waren onverdeeld positief, en na vele workshops, seminars, conferenties en het doorwerken van relevante literatuur kreeg Saskia begin schooljaar 2013-2014 de opdracht om deze pilot te ontwikkelen. Eén brugklas havo/vwo, op basis van BYOD en 21st century skills. Aan dit proces is veel eer te behalen voor Saskia: “Doordat je je gaat specialiseren, ontstaan er nieuwe mogelijkheden en kansen. Zo ben ik naar aanleiding van dit project binnen de gehele scholengroep projectmanager Educatieve Digitalisering geworden en zijn er op alle locaties projecten gestart onder mijn begeleiding en monitoring.”

Welke stappen heb je genomen?

“Ik maak veel gebruik van mijn tablet en het digibord, leerlingen gebruiken hun smartphone, en ook steeds vaker een tablet of laptop. Ik maak gebruik van apps als ShowMe, Eduapp, Popplet, Twitter, Dropbox, Puppet Pals, History Maps, iMind, DropMind en Quotes Folder. Toch werk ik liever met web-based en platformonafhankelijke tools, zoals TodaysMeet en Padlet. Verder heb ik filmpjes ontwikkeld die leerlingen via YouTube bekijken en zijn al mijn lessen gedigitaliseerd. Daarnaast maak ik veel gebruik van de elektronische leeromgeving (elo) op school, waar leerlingen extra materiaal vandaan kunnen halen, zoals proeftoetsen. Veel wielen vind ik niet uit: mijn kracht zit in crowdsourcing,” vindt Saskia. “En vanuit al die ervaringen ben ik gaan evalueren en reflecteren met leerlingen en ouders. Vervolgens ben ik zelf op zoek gegaan naar scholing. Ook heb ik een netwerk van ervaringsdeskundigen opgebouwd. Hieruit kon ik putten voor beleidsnotities, het projectplan, het stappenplan en het tijdpad. Na het schrijven van de benodigde documenten ben ik begonnen met het enthousiasmeren van mijn collega’s. En uiteindelijk heb ik zo een lerarenteam verzameld dat samen met mij de pilot BYOD gaat draaien.”

Wat vinden de leerlingen daarvan?

“Ze zijn enthousiast en waarderend. Leerlingen kunnen door deze manier van lesgeven steeds aangeven waar hun behoefte ligt. Ze mogen bijvoorbeeld kiezen over welke paragraaf ze graag een filmpje zouden hebben of over welke vaardigheid een extra opdracht in de elo gezet moet worden. Daarnaast zie ik veel meer structuur bij mijn leerlingen, doordat ze met hun eigen device werken. Ook zie ik tevreden gezichten: ze scoren beter op de toetsen, hun zelfstandigheid en verantwoordelijkheid zijn gegroeid. Ik heb meer interactie met de leerlingen.” Door het gebruik van sociale media heeft Saskia meer communicatiemomenten met veel leerlingen. Ze gebruikt Twitter voor mededelingen, vragenuurtjes, snelle interactie, om een relatie op te bouwen en als controlefunctie. “De ogen sluiten voor sociale media, omdat het eng en gevaarlijk zou zijn, heeft geen zin,” aldus Saskia. “Participeer en leer de leerlingen juist wat de kaders en grenzen zijn.”

Wat werkte goed, wat werkte minder goed?

“De kloof tussen de voorhoede en de achterhoede blijft groot. Het is een lastig proces geweest om leraren te enthousiasmeren. Ook de achterstand is groot: met regelmaat belandde ik in een lokaal zonder digitale middelen of klapte het netwerk eruit. Gelukkig heeft mijn scholengroep een grote investering gedaan en is er nu in elk lokaal een digibord aanwezig en is het netwerk gestabiliseerd. De uitgeverijen zijn ook een belemmerende factor; ik moet telkens weer werken met proeflicenties of methoden zijn nog niet (optimaal) gedigitaliseerd. Voor leerlingen is het lastig om hieraan te komen, omdat uitgeverijen meer bezig zijn met concurrentie in plaats van met het primaire proces. Ik maak daarom steeds vaker zelf materiaal; zo kan ik ook beter inspelen op de leerbehoeften van mijn leerlingen.” Het resultaat is voor Saskia echter de strijd waard: “Kennis en vaardigheden van leerlingen gaan snel vooruit en ik kan hen veel beter van individuele feedback voorzien. Bovendien ervaar ik door de technologie minder werkdruk.”

Tips voor andere leraren

“Digitaal leermateriaal is al heel ver, maar de lerarengroep nog niet. Alles draait maar om één ding en dat is leren. Leraren moeten leerlingen helpen om door de bomen het bos te zien, werken als gids en adviseur. Technologie zal leraren niet vervangen, maar leraren die de technologie omarmen, zullen wel de leraren die dat niet doen vervangen.” Genoeg te doen dus, voor de leraren van nu en later.